Nederland kent een sterk wisselende wespenpopulatie. Bioloog en wespendeskundige Arnold van Vliet (Wageningen Universiteit) deed onderzoek naar het hoe en waarom. In het Reformatorisch Dagblad laat hij weten dat er geen direct verband bestaat met het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw.

Bestrijdingsmiddelen verklaren de verschillen niet

Wespen hebben dagelijks tienduizenden vliegen en muggen nodig om de bewoners van een nest te voorzien van voedsel. Critici zijn van mening dat het niet goed gaat met de wesp omdat er door het gebruik van insecticiden steeds minder vliegen en muggen zijn. Iets waar Arnold van Vliet geen aanwijzingen voor gevonden heeft. “Onderzoek wijst uit dat bestrijdingsmiddelen niet de jaarlijkse grote verschillen verklaren.”

Mogelijk raken ze gedesoriënteerd

Voor het onderzoek vergeleek de bioloog en wespendeskundige de weersomstandigheden gedurende een aantal opeenvolgende jaren met de omvang van de wespenpopulaties in dezelfde periode. Hij ontdekte dat wespen zeer gevoelig zijn voor zware regenval. “Na hevige regenval komt het voor dat 80 procent van de wespen niet terugkeert naar het nest. Het nest gaat vervolgens verloren.” Dat er het ene jaar veel meer wespen zijn dan het andere jaar, wordt volgens Van Vliet dan ook veroorzaakt door het weer. Op de vraag ‘waarom ze niet terugkomen’ heeft Van Vliet op dit moment nog geen antwoord. “Mogelijk raken ze door zware regenval gedesoriënteerd.” In augustus gaan de wespen weer op pad. Afgezien van verschillen per regio verwacht Van Vliet een normaal wespenseizoen.

Bron: www.nu.nl