Het zijn kleine vlindertjes die men vaak verwart met fruitvliegjes. We hebben het over de motmug. Schijnbaar ondervindt West- en Midden Nederland de laatste tijd veel overlast van deze kleine beestjes. Ze steken gelukkig niet, maar motmuggen brengen wel besmettingen over en zijn daarom schadelijk voor onze gezondheid. Omdat dit kleine insect vooral leeft in de drek in afvoeren en op rottend, organisch afval, dragen ze veel bacteriën met zich mee. Het is dus ook gewoon erg onhygiënisch om dit beestje in huis te hebben.

Opvallend veel motmuggen dit jaar

Als we terugkijken naar eerdere jaren, komt de motmug dit jaar wel opvallend veel voor. Met name dus in West- en Midden Nederland duikt de motmug spontaan op. Er zijn zelfs sinds 1997 niet meer zoveel motmuggen in Nederland geweest als dit jaar. Waar ligt dit dan aan? Dit verklaart men aan de hand van afgelopen zomer. De zomer was dit jaar in het begin erg warm en vervolgens erg lang nat. De motmug is dol op warmte en vochtigheid, dus dit is een goede reden dat hij langer is blijven hangen en de rest van het jaar zoveel voorkomt.

Waar komen ze voor?

Dat is dan ook de reden dat deze diertjes bij woningen in de buurt van composthopen en gft-bakken leven. Daarnaast leggen ze hun eitjes in de afvoer van de wc of in de gootsteen, daar vinden ze namelijk altijd wel restjes organisch materiaal. Vooral in het lage deel van het land, waar het water vaak hoog staat, komt het water in kruipruimtes ook makkelijk omhoog. Hier zijn motmuggen dol op, want dat maakt de ruimte natuurlijk extreem vochtig.

Nuttige functie

De motmug kent naast het overbrengen van besmettingen ook nog een andere kant. Ze beschikken ook over een nuttige functie. Ze voeden zich namelijk met algen, schimmels en bacteriën. Echter (en helaas) laten ze hierbij veel vieze resten achter je huis. Daar zit je natuurlijk niet op te wachten. Daarom moet je een plaag dan ook laten bestrijden. Dit lukt enkel door ten eerste de broedplaats van de motmug op te sporen en vervolgens alles grondig te reinigen.

Bron: www.telegraaf.nl