In de noordelijke provincies komen veel stekende hoornaars voor. Het aantal geruimde nesten is aanzienlijk hoger dan in voorgaande jaren. De hoornaar is de grootste wespensoort in Nederland met een grootte van twee tot vier centimeter.

Plaagdierenbestrijders hebben handen vol

Plaagdierenbestrijders maken deze dagen overuren om wespennesten en nesten van hoornaars te verwijderen. Het is dagelijks werk om de nesten op te ruimen. Deze groei is de laatste weken ontstaan. Een ongediertebestrijder schatte het aantal hoornaarnesten dat hij de afgelopen maanden verwijderde op zo’n zestig. Hij kan niet precies vertellen hoe de stand van zaken nu is, maar het aantal is zeker met 85 procent toegenomen ten opzichte van andere jaren.

De grote wespen jaagt

Silvia Hellingman, die onderzoek doet naar de verspreiding van de eikenprocessievlinder, signaleert een meerderheid van hoornaars. De grote wespen jagen actief op de vlinders van deze rups. Hierdoor komen de hoornaars in de feromoonvallen terecht die in Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel zijn uitgezet. Deze vallen bevatten lokstof, waarmee de vrouwtjes de mannelijke vlinders aantrekken.

Nesten van grotere omvang

De nesten die overlast veroorzaken, zitten vooral in de bodem en in spouwmuren, volgens de ongediertebestrijder. Daarnaast zijn de nesten aanzienlijk groter. Hij vernietigt niet alle hoornaarnesten waarover mensen hem bellen, alleen de nesten die kwaad kunnen.

Hoe te herkennen?

De grote wesp is naast zijn afmetingen herkenbaar aan de rode vlekken op zijn lijf en het luide zoemen. De ongediertebestrijder stelt dat het echte jagers zijn die snel een heel wespennest leegplukken. Hij wijt het grote aantal hoornaars vooral aan de milde winter. Volgens Arnold van Vliet van Wageningen Universiteit zijn hoornaars ‘supernuttig’ voor de mens. Ze jagen op de eikenprocessievlinder, waarvan de rups in de zomer voor veel overlast zorgt, omdat hij piepkleine irriterende haartjes in de rondte strooit.

Milde winter

Van Vliet, deskundige op het gebied van insectenplagen, is van mening dat de milde winter gunstig is geweest voor de hoornaar en de gewone wesp. Doordat we te maken hadden met hoge temperaturen in november en december hebben veel koninginnen de winter overleefd.

Buien

In het zuiden van het land heeft het in de maanden april en mei hard geregend, waardoor het voordeel van de milde winter voor de wespen daar waarschijnlijk is tenietgedaan. In het noorden van het land waren minder hoosbuien en hebben wespen en hoornaars er geen last van gehad volgens Van Vliet. Nauwkeurige cijfers zijn er momenteel niet.

Bron: www.rd.nl