Wespen die sociaal zijn, lijken minder complexe hersenen nodig te hebben, omdat ze het denkvermogen van de groep ontlenen. Het brein van wespen die leven in grote sociale groepen is relatief eenvoudig ten opzichte van soortgenoten die alleen leven. Het gaat dan in het bijzonder om hersengebieden die betrokken zijn bij leertaken en ruimtelijk geheugen. Zo blijkt uit het onderzoek van Amerikaanse onderzoekers.

Hersenkracht delen

De onderzoekers stellen dat de wespen individueel minder gebruik hoeven te maken van hun hersenen, omdat ze vertrouwen op groepsgenoten. Voor het onderzoek vergeleken de onderzoekers 29 verschillende soorten wespen uit verschillende landen. Onder de soorten zaten solitaire en sociale wespen. Ook verschilden de kolonies qua grootte en organisatievorm. De wespen die alleen leven, bleken in verhouding grote hersendelen voor cognitieve denktaken te hebben. De hoofdonderzoeker vermoedt dat deze hersengebieden minder goed zijn ontwikkeld bij sociale wespen, omdat ze dat deel van hun denkwerk delen met de groep waarin ze leven. De sociale wespen delen dus hun hersenkracht.

Opmerkelijk

Het is een opmerkelijke onderzoeksuitkomst, want zoogdieren die in sociale groepen leven, zoals honden, apen en mensen, hebben gemiddeld gezien juist een groter brein dan soorten die solitair leven. Volgens de hoofdonderzoeker komt dat doordat insecten op een andere manier leven. Ze gaan meer als eenheid te werk en slagen of falen dus ook gezamenlijk. Hierdoor zijn ze meer op elkaar aangewezen. De wetenschappers gaan met vervolgstudies uitzoeken of andere sociale insecten, zoals termieten en kakkerlakken, ook op elkaar aangewezen zijn qua denkvermogen.

Bron: www.nu.nl