Alleen gediplomeerde bestrijders
Betaal geen voorrijkosten
Meer dan 400.000+ tevreden klanten

7 plagen die je kunt verwachten na een zachte winter

Door Fleur 30 januari 2020 — 4 min leestijd
7 plagen die je kunt verwachten na een zachte winter

Een zachte winter heeft allerlei gevolgen voor planten en dieren. Doordat het minder koud is, staan bomen en planten eerder in bloei en beginnen dieren eerder aan hun voortplanting. Dat klinkt in de eerste instantie niet als een probleem, maar dit kan leiden tot allerlei dierenplagen. We hebben steeds vaker te maken met zachte winters, dus ook met ongedierte die ons komen plagen. Ze hebben ten slotte goede overlevingskansen gehad tijdens de zachte winter. Deze 7 plagen kan je verwachten na een zachte winter. Geen nood, een ongediertebestrijder kan je helpen!

1. Eikenprocessierups

Zachte winters zijn ideaal voor eikenprocessierupsen. Vorig jaar was dit insect ook al vroeg zichtbaar, dus grote kans dat we dit jaar weer last gaan krijgen van dit vervelende ongedierte via een plaag. Het gevaar van de eikenprocessierups zijn de vele kleine brandhaartjes die op hun lijf zitten. Als de rupsen gaan vervellen, blaast de wind deze haartjes mee en zo landen ze vervolgens op onze kleding en ademen we deze haartjes in. Deze brandhaartjes veroorzaken irritatie aan luchtwegen, ogen en de huid. Het lastige is dat de eikenrups een moeilijk insect is om te bestrijden. Een manier om de eikenrups te bestrijden, is om het nest te verwijderen, maar dat is geen gemakkelijke klus.

2. Muizen en ratten

Diersoorten die regelmatig een plaag vormen na een zachte winter zijn muizen en ratten. Dit komt dan ook veel voor in allerlei huishoudens. Tijdens winters waar de temperatuur laag is, vinden muizen en ratten het te koud voor voortplanting. Het is ook moeilijker in leven te blijven, want zoeken van voedsel is een stuk lastiger bij extreme kou. Bij een zachte winter hebben ze daar geen last van en dat merk je.

3. Muggen

Veel insecten leven graag in een omgeving waar het warm en vochtig is, zo ook muggen. Muggen zijn in staat in de winter een soort ‘antivries’ aan te maken, hierdoor overleven ze makkelijk een temperatuur van min 20. Echter in het voorjaar maakt de mug deze ‘antivries’ niet aan. Mocht het in het voorjaar dan nog een paar dagen vriezen, is dat alsnog funest voor de mug. Of er wel of geen muggenplaag voorkomt, hangt dus compleet van de lente of een late winter af. Een gouden tip bij het voorkomen van een muggenplaag is om stilstaand water te voorkomen rond en in het huis. Dek bakken, gieters, regentonnen en dakgoten af of leeg ze. Deze plekken zijn namelijk aantrekkelijk broedplaatsen voor muggen.

4. Wespen

Wanneer een muggenplaag zo groot is dat zelfs de kikkers en de padden het niet aankunnen, is er nog geen reden tot paniek. Wespen zijn erg ongewenste insecten, maar zorgen er wel voor dat een muggenplaag afneemt. Een tekort aan wespen staat gelijk aan een grote kans op een muggenplaag. Door een zachte winter overleven veel koninginnenwespen en ontstaat er snel een plaag. Veel muggen worden dan gegeten, maar grote hoeveelheid wespennesten is het nadeel voor ons. Wespen planten zich het liefst voort met droog weer, maar willen de larven goed uitkomen, dan is er juist regen nodig.

5. Teken

Door zachte winters kunnen teken langer overleven dan normaal. Een stijgende lijn in het aantal tekenbesmettingen is te zien in de afgelopen jaren. Een teek is gevaarlijk omdat ze de ziekte van Lyme kunnen overdragen op mensen. De ziekte kan koorts, huidaandoeningen, gewrichtsontstekingen en neurologische problemen geven. Een tekenplaag kan soms in januari al beginnen, dat is erg vroeg voor deze nare kruipende en bloedzuigende insecten.

6. Kikkers en padden

Alhoewel wij mensen niet op een muggenplaag zitten te wachten, zijn kikkers en padden hier erg blij mee. Ze zijn namelijk gek op de eitjes van de muggen. Soms worden kikkers en padden in januari al gezien, wat betekent dat ze er al vroeg bij zijn. Dit geldt ook voor salamanders en slangen. In principe zorgt een kikkerplaag niet voor extreme overlast, alhoewel het constante gekwaak wel storend is.

7. Aaltjes

Deze kleine wormpjes vormen een grote bedreiging voor onze aardappelen. We hebben niet direct last van deze beestjes, maar ze zijn funest voor de landbouw. Aaltjes, ook wel ‘aardappelcystenaaltjes’ genoemd, halen de voedingsstoffen uit de wortel van de aardappelplant, waardoor veel planten sterven. Een zachte winter is vooral nadelig voor aaltjes die leven in nu nog groene landbouwgrond. Aaltjes die in nog niet beplante landbouwgrond leven, hebben het juist moeilijk in een zachte winter. Wat boeren in ieder geval kunnen doen om de kans op overlast van de aaltjes zo klein mogelijk te maken, is zich goed voorbereiden.